De politiek van het Hacktivisme

De wereld van het hacken van computers was ooit een terrein dat enkel werd betreden in science fiction. Nu is het steeds meer dagelijkse kost. WikiLeaks, Julian Assange en Bradley Manning zijn onder een breed publiek bekend. Door de ‘hacktivisten’ van Anonymous werd het masker uit de film ‘V for Vendetta’ een symbool van strijd doorheen de hele wereld. Het schandaal rond de NSA en de jacht op klokkenluider Edward Snowden brengen de kwestie van hacking eens te meer onder de publieke aandacht.

Recensie door George Martin Fell Brown 

Dit leidt tot enkele belangrijke vragen voor socialisten en andere activisten. Hoe zien we hacking als onderdeel van de algemene politieke strijd? Maakt de ontwikkeling van het hacktivisme vorige vormen van strijd overbodig? Of is het een voorbijgaande modegril? Hoe kunnen we hacktivisme het beste opnemen in de strijd voor de bevrijding van de werkende bevolking?

De recente ontwikkelingen van WikiLeaks, Anonymous en hacking in het algemeen hebben geleid tot een aantal boeken over de kwestie van hacktivisme. Het gaat onder meer om “We Are Anonymous: Inside the Hacker World of LulzSec, Anonymous, and the Global Cyber Insurgency” door Parmy Olson en “This Machine Kills Secrets: How WikiLeakers, Cypherpunks, and Hacktivists Aim to Free the World’s Information” door Andy Greenberg.

In “This Machine Kills Secrets” gaat Greenberg in op de algemene geschiedenis van politieke hacking sinds het begin in de cypherpunk beweging van de jaren 1980 en 1990 tot recente bewegingen zoals WikiLeaks. In “We are Anonymous” heeft Olson het vooral over de ontwikkeling van Anonymous en dan nog in het bijzonder de opkomst en het verdwijnen van de splintergroep LulzSec. Beide boeken werden geschreven voor het schandaal rond de afluisterpraktijken van de NSA, maar het zijn erg nuttige boeken gebaseerd op uitgebreide interviews met betrokken partijen die een levendig beeld schetsen van de hacktivistische beweging.

Olson en Greenberg schrijven beiden voor het zakenblad Forbes. Ze kunnen niet bepaald gezien worden als links, laat staan als socialistisch. Maar ze brengen wel een journalistiek verslag van hun onderwerpen. Socialisten zullen beide boeken interessant vinden om een beter begrip te hebben van de kracht en de zwaktes van de hacktivistische scène maar ook om de hacking in een bredere context van sociale strijd te plaatsen.

Van cypherpunks tot WikiLeaks

Greenberg stelt zijn boek voor als de geschiedenis van het “ideaal van de anonieme leaker.” Hij stelt cryptografie en anonieme software voor als gelijkmakende elementen omdat iedereen de gevestigde machten ermee kan uitdagen. Hij beschrijft de cypherpunk beweging van de jaren 1980 en 1990, een beweging die sterk werd beïnvloed door de libertaire activist Tim May en zijn ‘Crypto-Anarchistische Manifest’ uit 1988.

Deze vroege hacktivisten vonden elkaar op de Cypherpunk mailinglist waar ze technieken van coderen uitwisselden en op punt stelden. Ze kwamen hierdoor vaak in conflict met verschillende regeringen. Greenberg gaat gedetailleerd in op verschillende technieken van cryptografie, van publieke sleutels of PGP (of ‘Pretty Good Privacy’) tot ‘onion routing’ op het Tornetwerk. Deze technieken zouden toelaten om “anonimiteit mathematisch te perfectioneren.”

Dit leidde uiteindelijk tot WikiLeaks en het massaal bekend maken van interne informatie. Greenberg stelt dat de cypherpunks het mogelijk maakten dat een kleine garnaal als Bradley Manning voor het grootste lek uit de wereldgeschiedenis kon zorgen. Hij stelt: “De band tussen de gegevens en de oorsprong van het lek doorknippen, was het cruciale element dat zorgde voor steeds meer lekken vanwege klokkenluiders en het leidde tot Cablegate.”

De beschrijving die Greenberg zelf van de vroege cypherpunks brengt, gaat nochtans in tegen zijn populistische interpretatie van de beweging. Het grote voorbeeld van de cypherpunk-beweging, Tim May, wordt voorgesteld als een rechtse racist en miljardair uit Sillicon Valley die zijn kat ‘Nietzsche’ heeft genoemd. Zijn ‘Crypto-Anarchistische Manifest’ mag dan al de schrijfstijl van Marx en Engels overnemen, de politieke ideeën haalde hij bij de uiterst reactionaire Ayn Rand en hij stelt vooral veel vertrouwen in de ‘opkomende informatiemarkten’ en niet zozeer in de georganiseerde arbeidersklasse.

Julian Assange komt uit de cypherpunk beweging maar ging een meer oprecht populistische richting uit. Hij haalde op de Cypherpunk Mailinglist vaak uit naar de libertaire voorman Jim Bell en met zijn WikiLeaks had hij een gemeenschappelijke doelstelling met veel linkse activisten in de anti-oorlogsbeweging. Maar Assange blijft zich vereenzelvigen met het ‘vrije markt libertarisme’ en zijn ideologie beperkt zich tot vage verklaringen over “geheime en onrechtvaardige systemen” die hij wil vervangen door “open en rechtvaardige stelsels”.

Sinds de vroege ontwikkeling van de cypherpunks is het internet toegankelijker geworden voor heel wat gewone werkende mensen. Het karakter van het hacktivisme is hierdoor ook veranderd. De meeste Anonymous-hackers die door Olson geïnterviewd worden, komen van een arbeidersafkomst. Anonymous en WikiLeaks werden onder vuur genomen door grote bedrijven als Amazon, PayPal en Bank of America. Tegelijk was er een toename van het aantal cybercriminelen en professionelen die voor regeringen en bedrijven werken. Er zijn ook tal van rechtse contra-hacktivisten.

De meeste hedendaagse hacktivisten staan politiek een pak verder dan Tim May, maar dit milieu blijft een bastion van politieke verwarring. Dat is een weerspiegeling van het feit dat het internet ontwikkelde in een periode dat de socialistische, linkse en arbeidersbeweging historisch gezien erg zwak stond met een bocht naar rechts onder de vakbondsleiders en in andere arbeidersorganisaties. Dat heeft geleid tot een ideologische aanval op socialistische ideeën en een terugval in het klassenbewustzijn. De afgelopen jaren was er een toename van het verzet tegen de rol van de grote bedrijven. Maar gezien de afname van het klassenbewustzijn heeft dat verzet heel wat verwarde vormen aangenomen, het hacktivisme is er een voorbeeld van.

Daar komt Anonymous

Als je politieke verwarring wil, moet je niet verder zoeken dan de beginperiode van Anonymous. Olson beschrijft hoe Anonymous ontwikkelde. Het kwam niet voort uit de cypherpunk-beweging, maar vanop het forum 4chan. Dat was een druk bezocht forum met animes. Het forum beperkte zich al gauw niet langer tot animes maar werd het werd een forum vol allerhande gratis te herwerken internet memes, pornografie en ‘ironische’ homofobie. Hackers gebruikten het forum van 4chan vaak om allerhande absurde grapjes uit te halen. Soms hielden ze zich ledig met minder grappige activiteiten zoals cyberpesten en chantage. Het grootste deel van de tijd waren ze echter bezig met het plaatsen van afbeeldingen van katten met grappige onderschriften.

Anonymous verscheen voor het eerst in 2008 met het “Project Chanology”, een protestactie tegen de Scientology-kerk, een religieuze sekte die ervoor bekend staat om wetten inzake intellectuele eigendom in te zetten tegen kritikasters. Het begon als een grap, maar ontwikkelde snel tot een politieke beweging. Er waren niet alleen aanvallen van hackers op de kerk, maar er waren ook gecoördineerde internationale protestacties.

Een zelfde tactiek van hacking gecombineerd met publieke betogingen werd in 2010 op een grotere schaal herhaald toen de Amerikaanse en Britse regering WikiLeaks begonnen te vervolgen. Dit speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van Anonymous als brede politieke beweging en niet slechts als een grap of een one-issue campagne.

Het jaar 2011 werd gekenmerkt door wereldwijde revolte en activisten van Anonymous zochten aansluiting bij de massabewegingen doorheen de wereld. Tijdens de opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten waren er digitale aanvallen van Anonymous tegen de Tunesische en Egyptische regeringen. Tijdens de beweging in Wisconsin was er een digitale aanval tegen Koch Industries, de multinational wiens eigenaars bekend stonden als financiers van de anti-vakbondscampagne van gouverneur Scott Walker. Toen de Occupybeweging ontstond, zorgde Anonymous in heel wat gevallen voor IT-ondersteuning en er werd geholpen om gevallen van politiegeweld tegen de beweging algemeen bekend te maken.

Op politiek vlak ontwikkelde Anonymous in een meer ernstige richting, maar het behield het onduidelijke karakter van het discussieforum 4chan. Dat werd gecombineerd met het organiseren via Internet Relay Chat (IRC) netwerken. IRC laat gebruikers toe om anoniem deel te nemen aan discussies. Ze kunnen op basis van hashtags ook individuele kanalen creëren rond bepaalde thema’s.

Olson legt uit dat indien iemand een campagne wilde organiseren, dit kon door een nieuw IRC-kanaal op te zetten. Er werd vervolgens op 4chan een nieuwe discussie aangemaakt die werd volg gespamd met het bericht “Everyone get in here”. Op die manier werden nieuwe gebruikers naar het IRC-kanaal gelokt. Als er nieuwe gebruikers waren, soms zelfs enkele honderden mensen, werden op het IRC-kanaal ideeën naar voor gebracht. Op die manier functioneert Anonymous zonder enige centrale leiding.

Die afwezigheid van leiding blijkt ook uit het karakter van het hacken waarin Anonymous betrokken was. Waar cypherpunks en zelfs WikiLeaks afhankelijk waren van individuen die gegevens lekten, baseerde Anonymous zich op massale acties van hacken.

De meest gebruikte methode was die van DDoS-aanvallen (Distributed Denial of Service). Bij zo’n aanval bombardeert een grote groep mensen een website die neergaat omwille van de toevloed van hits en reacties. Het is geen ernstige vorm van hacking, iedereen kan er aan deelnemen door de gratis software te downloaden en de eenvoudige instructies te volgen. Andere technisch meer onderlegde hackers lieten de DDoS-aanvallen gepaard gaan met een meer traditionele vorm van hacking waarbij de doelwitten uiteindelijk door de knieën moesten gaan.

De kers op de hackerstaart van Anonymous kwam er toen Aaron Barr, een topman van digitaal beveiligingsbedrijf HBGary Federal, stelde dat hij Anonymous had geïnfiltreerd om zich te krijgen op hun activiteiten. Anonymous reageerde door de persoonlijke computer van Barr te hacken, zijn twitter-account over te nemen en 68.000 emails van het bedrijf te publiceren.

Deze mails maakten onder meer duidelijk dat HBGary Federal had samengewerkt met de Amerikaanse Kamer van Koophandel in een poging om prominente vakbonden te bespieden en te discrediteren. Dit soort acties zorgde ervoor dat Anonymous zich kon vestigen als een legitieme kracht van de machtelozen tegen de machtigen. De slogan luidt: “We zijn Anonymous! We zijn met velen! Je kan ons verwachten!”

Een beweging zonder leiders?

De grootste kracht van het boek van Olson is dat ze de realiteit achter de zogenaamde ‘beweging zonder leiders’ brengt. De afwezigheid van leiders van de beweging kwam vaak tot uiting in de meer reactionaire aspecten van 4chan. Anonymous ondersteunt dan wel LGBT-rechten en heel wat hacktivisten zijn zelf LGBT. Maar er waren vaak interne discussies onder activisten die elkaar homofobe verwijtwoorden naar de kop slingerden. Dat bleek ook toen de persoonlijke website van Aaron Barr werd herschreven en hij onder meer voor homo en neger werd uitgemaakt.

Organisatie en leiding waren nochtans steeds meer nodig om protestcampagnes op poten te zetten. Omdat Anonymous zogezegd geen “leiders” of “structuren” kent, gebeurde dit vaak achter de schermen door onverkozen leiders die geen verantwoording moesten afleggen.

Het verschil tussen wat gezegd wordt en de realiteit bleek onder meer in de “#marblecake”-controverse. Tijdens de protestacties tegen Scientology in 2008 werden beslissingen officieel genomen op het publieke IRC-kanaal #xenu. Waar toen daar teveel berichten waren om tot een ernstige coördinatie te komen, werd de organisatie van de protestacties overgenomen door een kleine kliek die in een ander IRC-kanaal actief was, #marblecake. Die naam was specifiek gekozen om het geheim te houden. Het werd volgens Olson opgezet door de activist Gregg Housh. Naarmate de beweging ontwikkelde, bouwde Housh #marblecake uit door lokale activisten te laten volgen.

Iemand die door Housh werd aangesteld, bezocht enkele dagen een aantal lokale chat-rooms om uit te kijken naar wie organisatorisch talent had en bijzonder toegewijd was. Vervolgens werden dergelijke mensen persoonlijk aangesproken en wie voldoende ernstig was, werd naar #marblecake geleid met de vraag om niemand over dat kanaal te vertellen.

Het was een geheim kanaal dat geen enkele verantwoording aan de rest van de beweging moest afleggen. Het kanaal verrichte belangrijk werk om de beweging levendig te houden. De lokale acties werden mee gecoördineerd, er werden persberichten opgesteld en er werden nieuwe chatrooms opgezet toen de oude teveel overspoeld raakten.

Andere activisten van Anonymous ontdekten het kanaal en haalden uit naar wie daar aanwezig was. Het leidde tot een periode van twee jaar die gekenmerkt werd door interne strijd. Pas met de arrestatie van Julian Assange en Bradley Manning, was er een nieuwe heropleving.

Het incident toonde de beperkingen van Anonymous als ‘beweging zonder leiders’. Een leiding is een organisch onderdeel van iedere organisatie, het kan niet zomaar weg gedacht worden. Ontkennen dat er een leiding is, zoals bij Anonymous, betekent niet dat er geen leiding is. Het zorgt er enkel voor dat die leiding een informele en ondemocratische vorm aanneemt waarbij de leiding geen enkele verantwoording verschuldigd is.

Het #marblecake-kanaal was maar een voorbeeld daarvan. De beweringen over het ‘massale hacken’ zouden ook sterk overdreven zijn. Veel mensen hebben de software gedownload en deelgenomen aan de campagnes van Anonymous, maar volgens Olson zou een groot aantal computers in dergelijke campagnes bestaan hebben uit ‘zombiecomputers’ die geïnfecteerd waren door computervirussen en vanop afstand waren overgenomen door enkele technisch onderlegde activisten.

Ook de aanval op HBGary Federal gebeurde door een kleine groep hackers. Ze vormden later de afgescheurde groep LulzSec, waar op wordt ingegaan in het tweede deel van het boek van Olson. LulzSec richtte zich tegen dezelfde doelwitten als Anonymous en met een zelfde methode, maar het ging om een kleine groep die afgesloten was voor het brede publiek. Het publiek werd wel gevraagd naar suggesties, maar alle beslissingen werden genomen door de zeven hackers die de groep volgden. Een van hen, Hector ‘Sabu’ Monsegur, werd opgepakt en stemde ermee in om als FBI-informant te werken. Dat leidde uiteindelijk tot de arrestatie van alle overige leden van LulzSec.

Greenberg is veel optimistischer dan Olson over de bevrijdende kracht van hacking, maar naar het einde van zijn boek moet hij toegeven dat de realiteit toch sterk afwijkt van het geïdealiseerde concept dat hij promoot. Dit gebeurt als hij ingaat op enkele interne ruzies binnen WikiLeaks, waarbij uiteindelijk een afscheuring onder de naam OpenLeaks wordt opgezet. Doorheen dat conflict werd WikiLeaks zelf het slachtoffer van een anoniem lek die bekend maakte dat Assange zijn medestanders dwong om een contract te sluiten waarin stond dat ze niets over de interne activiteiten van WikiLeaks mochten bekend maken.

Veel hacktivisten willen niet dat er een leiding ontstaan, maar het gebrek aan structuren kan dat niet tegenhouden. Het zorgt er enkel voor dat er geen democratische controle op de leiding is, terwijl dat nochtans nodig is in een gezonde sociale beweging. Veel activisten hebben bedenkingen bij sommige acties van Anonymous, van de beveiliging van de gratis software tot de homofobe opmerkingen in publieke verklaringen of de vraag hoe te reageren op de beschuldigingen van seksueel misbruik door Assange.

Dat zijn ernstige bedenkingen waarover democratische discussie mogelijk moet zijn. De ‘leidingloze’ structuur van Anonymous zorgt er echter voor dat dit niet kan. Al wie een opmerking maakt, wordt direct uitgescholden en als moralist afgedaan.

Socialisten erkennen de realiteit van leiding. In plaats van te pleiten voor een beweging zonder leiders, stellen we dat de leiding door de volledige groep moet verkozen worden. Door verantwoordelijken te verkiezen, wordt het mogelijk om hen ook ter verantwoording te roepen. Leden kunnen eisen stellen op het vlak van de tactieken, de boodschap of gelijk wat ze belangrijk vinden. Als de leiding daar niet naar luistert, kan het lidmaatschap de leiding afzetten en vervangen door een nieuwe leiding.

Tegen het kapitalisme ingaan

Olson wijst op heel wat terechte problemen bij Anonymous. Een aantal eerder moralistische kritieken verraden het milieu van de zakenwereld waarin Olson bij Forbes actief is. Ze stelt Anonymous en LulzSec moreel op gelijke voet als hun slachtoffers als Aaron Barr. Want Barr was ook betrokken bij politiek gemotiveerde hacking. Als ze ingaat op de aanval van LulzSec op News International van Rupert Murdoch in verband met het schandaal rond de inbraak op een telefoontoestel, stelt Olson de woede van LulzSec in vraag. Ze doet dat met de stelling dat “de methoden om iemands voicemail af te luisteren algemeen bekend waren op 4chan en andere fora.”

De media van Murdoch staan bekend als erg reactionaire gevestigde media. Politiek gezien kan geen vergelijking getrokken worden tussen een dergelijk groot bedrijf en een oprechte groep van activisten. Maar puur technisch heeft Olson gelijk. Het rechtvaardigt het moralisme van Olson niet, maar het leidt tot vragen over de vage verklaringen van Assange en andere hacktivisten over ‘geheime, onrechtvaardige systemen’ en ‘open, rechtvaardige systemen’. Greenberg erkent dit als hij schrijft: “De kunst van gecodeerd lekken dat WikiLeaks tot stand bracht, lijkt paradoxaal: een beweging gericht op het bekend maken van geheimen is afhankelijk van een technologie die is uitgevonden om geheimen te bewaren.”

Een vaak voorkomende slogan onder internetactivisten is: “Informatie wil vrij zijn”. Er is echter voldoende bewijsmateriaal dat aangeeft dat informatie geen uitgesproken mening over vrijheid heeft. Anonieme software wordt zowel door undercover politie als door klokkenluiders gebruikt. Het breken van codes kan zowel misdrijven door bedrijven aan het licht brengen als patroons inzichten geven over wie de organisatoren van de vakbond op hun bedrijf zijn. DDoS-campagnes kunnen tegen zakenlui en regeringen gericht worden, maar evengoed ook tegen linkse activisten.

Digitale technologie kan een waardevol instrument voor activisten zijn. Maar op kapitalistische basis blijft het digitale terrein structureel voordeliger voor de kapitalisten zelf. De meeste activisten in Anonymous en LulzSec en sommige activisten bij WikiLeaks komen van een arbeidersafkomst en steunen arbeidersstrijd. Er is echter een groot verschil tussen het steunen van arbeidersstrijd en het deelnemen eraan.

Hacken kan vervelend zijn voor bedrijven, maar het heeft niet eenzelfde impact als stakingen of bezettingen. De staat en de kapitalistische heersende klassen hebben enorme mogelijkheden om hackers te vervolgen en hun activiteiten aan banden te leggen. Ons baseren op hacking om de gevestigde machten op de knieën te krijgen, is dan ook geen juiste strategie.

Dat bleek ook bij de financiële problemen die WikiLeaks treffen en die door Greenberg worden uitgelegd. Na de grote lekken van 2010 en de daaropvolgende vervolging door regeringen, besloten financiële instellingen als PayPal en MasterCard om donaties aan de site te blokkeren en Amazon weigerde de lekken nog te hosten.

Anonymous lanceerde een DDoS aanval tegen deze instellingen om ze tot toegevingen te dwingen. Maar zelfs met het gebruik van een groot aantal ‘zombie computers’ was de schaal van de aanval onvoldoende in vergelijking met de enorme middelen van deze bedrijven. Ze werden de aanvallen amper gewaar. WikiLeaks moet het ondertussen zonder veel middelen stellen en heeft moeite om te overleven.

Hacktivisme en massa-actie

Greenberg bepleit de democratiserende macht van encrytie-technologie. Daarbij maakt hij een onderscheid tussen Bradley Manning en een beruchte klokkenluider van voor het internettijdperk, Daniel Ellsberg, die in 1917 de Pentagon Papers lekte. Ellsberg nam een groot risico door de documenten te kopiëren en ze publiekelijk te overhandigen. Manning daarentegen was in staat om zijn documenten discreet te downloaden op wat een CD van Lady Gaga leek. Hij stuurde het vervolgens door naar WikiLeaks met behulp van gecodeerde en beveiligde software.

Dat leidt natuurlijk tot een prangende vraag: hoe komt het dat Bradley Manning met alle moderne software en ‘mathematisch perfecte anonimiteit’ vandaag in de cel zit terwijl Daniel Ellsberg tot op vandaag een vrije man is?

Uiteindelijk werd Manning niet gevonden door fouten bij de codering, maar door zijn medestander en hacker Adrian Lamo aan wie hij zijn geheimen had onthuld. Greenberg stelt: “Als het niet van dit noodlottige gesprek met Adrian Lamo was geweest, dan zou het hoogtechnologische lek van Manning onbestraft gebleven zijn. En als Nixon zich niet had beperkt tot onhandige aanvallen op Ellsberg, dan zou die man vandaag misschien nog in de gevangenis zitten.”

Beide boeken staan vol gelijkaardige zaken als die van Manning. Olson en Greenberg beschrijven gedetailleerd hoe hackers proberen om niet betrapt te worden, van eenvoudige codering van berichten tot het uitgebreid liegen over hun identiteit. In het geval van Julian Assange werden illegale gegevens opgeslagen in een bijenkorf en werden bijen aangeleerd om iedereen behalve Assange te bijten. Maar persoonlijke fouten zijn onvermijdelijk.

In tegenstelling tot Bradley Manning kwam Daniel Ellsberg naar buiten op een ogenblik van intensieve radicalisering in de VS. De Pentagon Papers werden naar buiten gebracht tegen de achtergrond van massabewegingen van de arbeiders, de burgerrechtenbeweging, de vrouwenstrijd en vooral de beweging tegen de oorlog in Vietnam. Socialistische en revolutionaire ideeën vonden een sterke echo onder brede lagen van de werkende bevolking doorheen de wereld, ook in de VS. Deze radicaliserende massabewegingen maakten de vervolging van Ellsberg politiek onmogelijk. Het lek van Bradley Manning daarentegen kwam er op een ogenblik dat de antioorlogsbeweging op de terugweg was.

Heel wat hacktivisten zoals Bradley Manning of Edward Snowden voeren een heldhaftige strijd tegen de staat en het heersende establishment. Maar een hacker die alleen handelt in naam van de onderdrukten, kan zelfs met de beste bedoelingen geen aanzet geven tot een nieuwe samenleving op basis van de behoeften van de meerderheid van de bevolking.

De basis voor een nieuwe socialistische wereld moet komen van de zelfemancipatie van de werkende klasse en de onderdrukten, doorheen hun eigen strijd en massale collectieve actie. Er is op zich niets mis met de acties van Manning, Anonymous en anderen. Dit kunnen nuttige bijkomende tactieken zijn binnen het kader van de strategie om massabewegingen van onderuit op te bouwen. Maar het is een fundamentele fout om er een methode in te zien die in de plaats komt van de organisatie van de onderdrukten zelf om doorheen collectieve strijd bewust hun ketenen te doorbreken.

Anonimiteit kan onder bepaalde omstandigheden belangrijk zijn. Naast klokkenluiders kunnen ook activisten die tegen repressieve regimes ingaan verplicht zijn om hun identiteit te verhullen om politiek werk te verrichten. Anonimiteit kan ook noodzakelijk zijn om bijvoorbeeld ontslag wegens het opzetten van een vakbondswerking te voorkomen.

Digitaal activisme, anoniem klokkenluiden en software om berichten te coderen kunnen nuttig zijn voor activisten en socialisten. Maar uiteindelijk zal een anti-establishment opstelling of een oprechte rebelse positie van hacktivisten pas echt beschermd kunnen worden als het onderdeel is van de strijd om massabewegingen op te bouwen doorheen collectieve acties van de arbeidersklasse waarbij een socialistische benadering wordt opgenomen. Op die manier zal niet enkel informatie vrij worden.

 

  • We Are Anonymous: Inside the Hacker World of LulzSec, Anonymous and the Global Cyber Insurgency. Door Parmy Olson. Uitgegeven door Little, Brown and Company (2012)
  • This Machine Kills Secrets: How WikiLeakers, Cypherpunks, and Hacktivists Aim to Free the World’s Information. Door Andy Greenberg. Gepubliceerd door Dutton Adult (2012)
Print Friendly, PDF & Email